controleren

Van Wiktionary
Gank nao: navigatie, zeuke

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

controleren

  1. Euverkieke.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje controleren
noetied dentied nagtied kóstied
ik controleer ik controleerde ik zal controleren ik zou controleren
jij controleert jij controleerde jij zal/zult controleren jij zou controleren
gij controleert gij controleerdet gij zult controleren gij zoudt controleren
hij controleert hij controleerde hij zal controleren hij zou controleren
wij controleren wij controleerden wij zullen controleren wij zouden controleren
jullie controleren jullie controleerden jullie zullen controleren jullie zouden controleren
zij controleren zij controleerden zij zullen controleren zij zouden controleren
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik controlere controleer ik iv. controleer noetied controlerend, controlerende
aanvogendjen dentied controleer jij mv. controleert dentied gecontroleerd
ik controleerde controleerde (gij) noehölp zijn denhölp hebben/zijn