ademen

Van Wiktionary
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

ademen

  1. Aome.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje ademen
noetied dentied nagtied kóstied
ik adem ik ademde ik zal ademen ik zou ademen
jij ademt jij ademde jij zal/zult ademen jij zou ademen
gij ademt gij ademdet gij zult ademen gij zoudt ademen
hij ademt hij ademde hij zal ademen hij zou ademen
wij ademen wij ademden wij zullen ademen wij zouden ademen
jullie ademen jullie ademden jullie zullen ademen jullie zouden ademen
zij ademen zij ademden zij zullen ademen zij zouden ademen
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik ademe adem ik iv. adem noetied ademend, ademende
aanvogendjen dentied adem jij mv. ademt dentied geademd
ik ademde ademde (gij) noehölp zijn denhölp hebben