gebruiken

Van Wiktionary
Gank nao: navigatie, zeuke

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

gebruiken

  1. Broeke.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje gebruiken
noetied dentied nagtied kóstied
ik gebruik ik gebruikte ik zal gebruiken ik zou gebruiken
jij gebruikt jij gebruikte jij zal/zult gebruiken jij zou gebruiken
gij gebruikt gij gebruiktet gij zult gebruiken gij zoudt gebruiken
hij gebruikt hij gebruikte hij zal gebruiken hij zou gebruiken
wij gebruiken wij gebruikten wij zullen gebruiken wij zouden gebruiken
jullie gebruiken jullie gebruikten jullie zullen gebruiken jullie zouden gebruiken
zij gebruiken zij gebruikten zij zullen gebruiken zij zouden gebruiken
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik gebruike gebruik ik iv. gebruik noetied gebruikend, gebruikende
aanvogendjen dentied gebruik jij mv. gebruikt dentied gebruikt
ik gebruikte gebruikte (gij) noehölp zijn denhölp hebben