Naar inhoud springen

ondergoed

Van Wiktionary

Nederlandjs

[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord

[bewirk]

Lemma

[bewirk]

ondergoed ó /'ɔn.dər.ɣut ~ 'ʊn.dər.ɣut/

  1. (kleier) lievendj, óngergood
Zagswies
  • je ondergoed onder je bovengoed laten uitkomen: vlagge
  • nieuw ondergoed aantrekken: zich versjuuene