Naar inhoud springen

wandelen

Van Wiktionary

Nederlandjs

[bewirk]

Wirkwaord

[bewirk]

Lemma

[bewirk]

wandelen /'ʋan.də.lə(n) ~ 'β̞an.də.lə(n)/

  1. wanjele
Zagswies
  • wandelen nadat men lang heeft gezeten: zich vertraeje
  • in een vrolijke stemming en veel gebaren makend wandelen: weistere