Naar inhoud springen

werken

Van Wiktionary

Mofers

[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord

[bewirk]

Neet-lemma

[bewirk]

werken /wǽr̥kʲen/

  1. (neet-lemma) mieëvaadsvorm van werk (mit liaison)
Aafbraeking
  • wer-ken


Nederlandjs

[bewirk]

Wirkwaord

[bewirk]

Lemma

[bewirk]

werken /'ʋɛr.kə(n) ~ 'β̞ɛr.kə(n)/

  1. wirke
Zagswies
  • hard maar systeemloos werken: wule
  • werken om zoveel mogelijk bezit te verwerven: wouve
  • ernstig en ingespannen werken aan iets onbenulligs: pinne
  • zich ver van werken weten te houden: vieste