adressen

Van Wiktionary
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Mofers[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord[bewirk]

Neet-lemma[bewirk]

adressen /a̽'dræsen/

  1. (neet-lemma) mieëvaadsvorm van adres (mit liaison)
Aafbraeking
  • a-dres-sen