bekijken

Van Wiktionary
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

bekijken

  1. Bekieke.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje bekijken
noetied dentied nagtied kóstied
ik bekijk ik bekeek ik zal bekijken ik zou bekijken
jij bekijkt jij bekeek jij zal/zult bekijken jij zou bekijken
gij bekijkt gij bekeekt gij zult bekijken gij zoudt bekijken
hij bekijkt hij bekeek hij zal bekijken hij zou bekijken
wij bekijken wij bekeken wij zullen bekijken wij zouden bekijken
jullie bekijken jullie bekeken jullie zullen bekijken jullie zouden bekijken
zij bekijken zij bekeken zij zullen bekijken zij zouden bekijken
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik bekijke bekijk ik iv. bekijk noetied bekijkend, bekijkende
aanvogendjen dentied bekijk jij mv. bekijkt dentied bekeken
ik bekeke bekijkte (gij) noehölp zijn denhölp hebben/(zijn)