eten

Van Wiktionary
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

eten

  1. Aete.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje eten
noetied dentied nagtied kóstied
ik eet ik at ik zal eten ik zou eten
jij eet jij at jij zal/zult eten jij zou eten
gij eet gij aat gij zult eten gij zoudt eten
hij eet hij at hij zal eten hij zou eten
wij eten wij aten wij zullen eten wij zouden eten
jullie eten jullie aten jullie zullen eten jullie zouden eten
zij eten zij aten zij zullen eten zij zouden eten
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik ete eet ik iv. eet noetied etend, etende
aanvogendjen dentied eet jij mv. eet dentied gegeten
ik ate ete (gij) noehölp zijn denhölp hebben