geven

Van Wiktionary
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

geven

  1. Gaeve.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje geven
noetied dentied nagtied kóstied
ik geef ik gaf ik zal geven ik zou geven
jij geeft jij gaf jij zal/zult geven jij zou geven
gij geeft gij gaaft gij zult geven gij zoudt geven
hij geeft hij gaf hij zal geven hij zou geven
wij geven wij gaven wij zullen geven wij zouden geven
jullie geven jullie gaven jullie zullen geven jullie zouden geven
zij geven zij gaven zij zullen geven zij zouden geven
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik geve geef ik iv. geef noetied gevend, gevende
aanvogendjen dentied geef jij mv. geeft dentied gegeven
ik gave geefde (gij) noehölp zijn denhölp hebben