hebben

Van Wiktionary
Gank nao: navigatie, zeuke

Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

hebben

  1. Höbbe.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje hebben
noetied dentied nagtied kóstied
ik heb ik had ik zal hebben ik zou hebben
jij hebt jij had jij zal/zult hebben jij zou hebben
gij hebt gij hadt gij zult hebben gij zoudt hebben
hij heeft hij had hij zal hebben hij zou hebben
wij hebben wij hadden wij zullen hebben wij zouden hebben
jullie hebben jullie hadden jullie zullen hebben jullie zouden hebben
zij hebben zij hadden zij zullen hebben zij zouden hebben
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik hebbe heb ik iv. heb noetied hebbend, hebbende
aanvogendjen dentied heb jij mv. hebt dentied gehad
ik hadde hedde (gij) noehölp zijn denhölp hebben