laten

Van Wiktionary
Gank nao: navigatie, zeuke


Nieëderlandjsj

Wèrkwaordj

laten

  1. Laote.

Voging

Voging ven g'm wèrkwaorje laten
noetied dentied nagtied kóstied
ik laat ik liet ik zal laten ik zou laten
jij laat jij liet jij zal/zult laten jij zou laten
gij laat gij liet gij zult laten gij zoudt laten
hij laat hij liet hij zal laten hij zou laten
wij laten wij lieten wij zullen laten wij zouden laten
jullie laten jullie lieten jullie zullen laten jullie zouden laten
zij laten zij lieten zij zullen laten zij zouden laten
aanvogendje noetied ómdrejjinger bijjingswies deilwäörj
ik late laat ik iv. laat noetied latend, latende
aanvogendjen dentied laat jij mv. laat dentied gelaten
ik liete late (gij) noehölp zijn denhölp hebben