Naar inhoud springen

aflevering

Van Wiktionary

Nederlandjs

[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord

[bewirk]

Lemma

[bewirk]

aflevering g /'af.le:.və.rɪŋ/

  1. aaflevering

Verbuging

[bewirk]
inkelvaad mieëvaad
nom.: aflevering afleveringen
dim.: afleverinkje afleverinkjes