Naar inhoud springen

paddenstoel

Van Wiktionary

Nederlandjs

[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord

[bewirk]

Lemma

[bewirk]

paddenstoel g /'pa.də(n).stul/

  1. zwam, paddestool

Verbuging

[bewirk]
inkelvaad mieëvaad
nom.: paddenstoelpaddenstoelen
dim.: paddenstoeltjepaddenstoeltjes