Naar inhoud springen

wereldkampioenschap

Van Wiktionary

Nederlandjs

[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord

[bewirk]

Lemma

[bewirk]

wereldkampioenschap ó /'ʋe:.rəlt.kam.pi.jun.sxap ~ 'β̞e:.rəlt.kam.pi.jun.sxap/

  1. weltmeistersjaf

Verbuging

[bewirk]
inkelvaad mieëvaad
nom.: wereldkampioenschapwereldkampioenschappen
dim.: wereldkampioenschapjewereldkampioenschapjes