hoofd

Van Wiktionary
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlandjs[bewirk]

Zelfstenjig naamwaord[bewirk]

Lemma[bewirk]

hoofd ó /ho:ft/

  1. (liefdeil) kop, huid

Verbuging[bewirk]

inkelvaad mieëvaad
nom.: hoofd hoofden
dim.: hoofdje hoofdjes